ECLI:NL:RVS:2025:2291
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering wijziging woonadres in basisregistratie personen
Appellant is eigenaar van een woning aan een adres waar zij volgens het college niet permanent woonde, maar die werd verhuurd voor recreatief gebruik. Het college wijzigde ambtshalve het woonadres van appellant naar het adres van haar ouders, omdat onderzoek uitwees dat zij daar feitelijk woonde. Appellant deed vervolgens aangifte van verhuizing terug naar haar eigen woning, maar het college weigerde deze wijziging te verwerken.
De rechtbank verklaarde het besluit van het college tot weigering van de adreswijziging onterecht, omdat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Het college stelde hoger beroep in, stellende dat de bewijslast bij appellant ligt om de juistheid van haar aangifte aan te tonen.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht twijfelde aan de juistheid van de aangifte en dat het aan appellant was om bewijs te leveren. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaart het beroep van appellant ongegrond, en veroordeelt de Staat en het college tot vergoeding van proceskosten. Tevens wordt het griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit van het college tot weigering van de wijziging van het woonadres wordt vernietigd, het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden toegewezen.