ECLI:NL:RVS:2023:3366
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing bewaring vreemdeling wegens onvoldoende lichter middel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 23 december 2022 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval de opheffing van de bewaring, mede vanwege de leeftijd en gezondheidsproblemen van de vreemdeling, het bezit van een geldig Marokkaans paspoort, inschrijving in de Basisregistratie Personen en het ontbreken van zicht op een beslissing binnen vier weken op het bezwaar in de verblijfsrechtelijke procedure.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat er geen zicht was op een beslissing binnen vier weken. De staatssecretaris overlegde e-mails en een uitnodiging voor een hoorzitting die aantonen dat binnen vier weken een besluit zou worden genomen. Daarnaast werd het onttrekkingsrisico van de vreemdeling, die 'hier en daar slaapt', meegewogen.
De Raad van State verwierp ook de beroepsgronden van de vreemdeling dat de voorlopige voorziening in de verblijfsrechtelijke procedure het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn zou ontnemen en dat de uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro. De bewaring werd ambtshalve als rechtmatig beoordeeld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt als rechtmatig beoordeeld, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.