ECLI:NL:RVS:2023:3396
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag wegens overschrijding vermogensgrens 2015-2016
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de zorgtoeslag van appellant over 2015 en 2016 definitief vastgesteld op nihil en de teveel ontvangen voorschotten van respectievelijk €1.061 en €1.092 teruggevorderd, omdat het vermogen van appellant de vermogensgrens overschreed. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze besluiten, stellende dat het verzamelinkomen nog niet in rechte vaststond en dat hij niet gehoord was in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Afdeling oordeelt dat de Belastingdienst het inkomensgegeven uit de Basisregistratie Inkomens mag gebruiken, ook als dit inkomensgegeven nog in onderzoek is. De wet verplicht niet te wachten op een definitieve vaststelling van het inkomen voordat de zorgtoeslag wordt vastgesteld. Daarnaast is het horen van appellant in bezwaar achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling ziet geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens wordt opgemerkt dat appellant uitstel van betaling van de terugvordering is verleend en dat de Belastingdienst ambtshalve een nieuw besluit kan nemen indien de inkomensgrondslag later lager wordt vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.