ECLI:NL:RVS:2023:435
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde een termijn met dwangsom op aan de staatssecretaris.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het principale hoger beroep van beide partijen geen nieuwe rechtsvragen bevatte die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin van belang zijn. Daarom werden de hoger beroepen ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde ook een voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in, dat verviel omdat het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het besluit van 15 september 2022, waarbij de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling alsnog ingewilligd had, van rechtswege onderdeel van het geding. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht stelde geen bestuurlijke dwangsom te hebben verbeurd en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.