ECLI:NL:RVS:2023:4558
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens onrechtmatigheid vanaf uitzettingsdatum
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 6 april 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was, waarna zij de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de bewaring vanaf het begin onrechtmatig achtte, omdat onderzoek naar bezwaren van het Openbaar Ministerie pas vereist is vanaf het moment dat de staatssecretaris bekend is met de uitzettingsdatum.
De staatssecretaris werd op 21 april 2023 bekend met de uitzettingsdatum, waarna hij geen contact meer zocht met het OM tot de daadwerkelijke uitzetting op 28 april 2023. Hierdoor was de bewaring vanaf 21 april 2023 onrechtmatig. De Raad van State vernietigde daarom het deel van het vonnis dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig achtte en beperkte de schadevergoeding tot de periode vanaf 21 april 2023 tot 26 april 2023.
De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig vanaf 21 april 2023, met een beperkte schadevergoeding van €600 toegekend.