ECLI:NL:RVS:2023:458
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 december 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 4 januari 2023. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris het begrip politieke overtuiging te restrictief had geïnterpreteerd en dat zijn deelname aan demonstraties in Vietnam voldoende aanleiding gaf voor gegronde vrees voor vervolging. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris en rechtbank terecht hebben beoordeeld dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat, mede omdat het onderzoek zich richt op de gegrondheid van de vrees en niet op de sterkte van de politieke overtuiging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.