ECLI:NL:RVS:2023:4610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot verwijdering van justitiële gegevens na sepot in 2004
Appellant verzocht op 4 september 2019 om verwijdering van een justitieel gegeven uit het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) betreffende een in 2004 geseponeerde strafzaak. De minister wees het verzoek af, waarna ook het bezwaar en beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard. Appellant stelde dat de registratie onjuist was vanwege mogelijke persoonsverwisseling en dat de wettelijke bewaartermijn was verstreken. Tevens ondervond hij hinder bij het verkrijgen van een Amerikaans visum.
De Raad van State overwoog dat de minister slechts hoeft te toetsen of de gegevens overeenkomen met die van het Openbaar Ministerie, niet de inhoudelijke juistheid. Er was onvoldoende aanleiding voor een persoonsverwisseling en de bewaartermijn was niet overschreden. De minister had de belangen zorgvuldig afgewogen, waarbij de ernst van het delict en de beperkte persoonlijke hinder werden meegewogen. De rechtbank had dit terecht bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft de registratie in het JDS gehandhaafd ondanks het sepot en de persoonlijke nadelen voor appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verwijdering van justitiële gegevens wordt afgewezen.