ECLI:NL:RVS:2023:4615
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.C.A. de Poorter
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding bouwstop op perceel te Losser
Het college van burgemeester en wethouders van Losser verleende op 28 augustus 2018 een omgevingsvergunning voor de bouw van een vrijstaande woning op een perceel te Losser. Op 19 november 2019 constateerden toezichthouders dat er bouwwerkzaamheden plaatsvonden die afweken van de vergunning, waarna een bouwstop werd opgelegd met een last onder dwangsom. Na meerdere constateringen van overtreding legde het college een dwangsom van €50.000 op.
Appellant betwistte de overtreding van de bouwstop en voerde aan dat bepaalde werkzaamheden met mondelinge toestemming van toezichthouders waren uitgevoerd. De rechtbank oordeelde echter dat de overtreding op 13 januari 2020 gegrond was vastgesteld door een deskundige toezichthouder en dat appellant als eigenaar en opdrachtgever verantwoordelijk was voor het niet naleven van de bouwstop.
Verder voerde appellant aan dat de dwangsom onevenredig was en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals het zicht op legalisatie en het feit dat de bouwstop enige tijd was nageleefd. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, stellende dat een bouwstop strikt moet worden nageleefd totdat deze formeel is opgeheven en dat het zicht op legalisatie geen reden is om van invordering af te zien.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het college terecht de dwangsom heeft ingevorderd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een gedeeltelijke of volledige kwijtschelding rechtvaardigden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
Uitkomst: De invordering van de dwangsom van €50.000 wegens overtreding van de bouwstop wordt bevestigd.