Eisers exploiteren een pannenkoekenhuis met twee terrassen gescheiden door een looplijn, waarvoor een exploitatievergunning is verleend. Tijdens een evenement in augustus 2022 breidden zij hun terrassen uit zonder vergunning, wat leidde tot een last onder dwangsom van €5.000 voor het herstellen van de situatie.
Op 6 augustus 2022 constateerden toezichthouders dat eisers niet volledig aan de last hadden voldaan vanwege de aanwezigheid van een bestekkar en reclamebord op de looplijn. De burgemeester besloot de dwangsom te innen, ondanks het bezwaar van eisers. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom vaststaat, maar dat de invordering van de dwangsom vanwege bijzondere omstandigheden onredelijk was.
De rechtbank vond dat de bestekkar en het reclamebord de doorgang niet belemmerden en dat de feitelijke looplijn al door het terras van een buurman was geblokkeerd. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit tot invordering en herroept het primair besluit, en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.