ECLI:NL:RVS:2023:663
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herbeoordeling afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 januari 2021 de aanvraag van vier Eritrese vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De bezwaren tegen deze besluiten werden op 21 september 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen en referent ongegrond in januari 2022. De vreemdelingen en referent stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet voldeed aan het beoordelingskader zoals uiteengezet in eerdere jurisprudentie, met name ten aanzien van het samenhangend beoordelen van bewijs en het toekennen van het voordeel van de twijfel, mede gelet op de beperkte beschikbaarheid van Eritrese documenten. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte afzag van het horen van de vreemdelingen en referent, terwijl dit gezien de omstandigheden wel noodzakelijk was.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris. De staatssecretaris wordt opgedragen de aanvragen opnieuw te beoordelen, waarbij hij de hoorplicht moet naleven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, op de zaak toegespitste motivering en het naleven van de hoorplicht in vreemdelingenzaken, zeker bij complexe situaties zoals Eritrese nareiszaken.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de eerdere uitspraak en besluiten en beveelt hernieuwde beoordeling met naleving van de hoorplicht.