ECLI:NL:RVS:2023:827
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herstel erfgrens in basisregistratie kadaster na bezwaar en beroep
Appellanten kochten in 2004 een bouwkavel in Obdam en betwistten later de in de basisregistratie kadaster vastgelegde erfgrens met hun buren. Na een grensreconstructie in 2018 en een civielrechtelijke procedure verzochten zij de bewaarder van het kadaster om herstel van de grensgegevens op grond van artikel 7t van de Kadasterwet. De bewaarder wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep van appellanten werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat de vraag beperkt was tot het vaststellen of er sprake was van een misslag in de registratie, hetgeen niet het geval was. Appellanten stelden dat de erfgrens onjuist was vastgesteld, maar de Raad van State bevestigde dat de erfgrens berust op een eensluidend relaas van bevindingen uit 2006 en dat meetgegevens niet als erfgrens konden worden aangemerkt.
Verder is het relaas van bevindingen niet meer aan te vechten en hadden appellanten destijds bezwaar kunnen maken tegen de bijwerking, maar dit niet gedaan. Indien appellanten het niet eens zijn met het resultaat, kunnen zij zich tot de civiele rechter wenden, wat zij ook hebben gedaan. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herstelverzoek bevestigd.