ECLI:NL:RVS:2023:833
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen weigering omgevingsvergunning voor kappen boom in Wageningen
Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen weigerde op 31 oktober 2019 een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom op een perceel in Wageningen. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het college op bepaalde punten gelijk gaf, stelde appellant hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de procedure gaf het college aan dat de boom inmiddels vergunningvrij was gekapt, waardoor het procesbelang van appellant voor een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep werd betwist.
Appellant stelde dat er nog wel belang was bij inhoudelijke beoordeling, onder meer vanwege het algemeen belang bij uitleg van de Bomenverordening 2010 en de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant alleen belang had bij de beoordeling van de proceskostenveroordeling, omdat de boom inmiddels was gekapt en het college en appellant het eens waren over de vergunningvrijheid.
De Afdeling beoordeelde het betoog over de proceskostenvergoeding, waarbij appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte een te laag uurtarief had gehanteerd voor verletkosten. De Afdeling stelde vast dat appellant geen voldoende onderbouwing had gegeven voor een hoger uurtarief dan het forfaitaire minimum, waardoor het betoog werd verworpen.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen. Het beroep tegen het besluit van 25 juni 2021 werd niet-ontvankelijk verklaard. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 25 juni 2021 is niet-ontvankelijk.