ECLI:NL:RVS:2024:1006
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak na intrekking besluit staatssecretaris
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris tot niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris trok dit besluit in omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken, waarna de vreemdeling het hoger beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De staatssecretaris betoogde dat geen proceskostenvergoeding hoefde plaats te vinden omdat het besluit was ingetrokken vanwege tijdsverloop en niet als tegemoetkoming. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de overdrachtstermijn al was verstreken vóór het besluit en dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag niet het gevolg was van tijdsverloop, maar een tegemoetkoming aan het beroep van de vreemdeling.
De Afdeling wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 2.625,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,00 na intrekking van het hoger beroep.