ECLI:NL:RVS:2024:1051
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 mei 2023 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 juli 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 17 oktober 2023 werd besproken dat de overdrachtstermijn niet was opgeschort en op 25 juli 2023 was verstreken, waardoor de staatssecretaris verplicht was de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure. De staatssecretaris bevestigde dit in januari 2024.
Omdat er geen onduidelijkheid meer bestaat over welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, heeft de vreemdeling geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang bij inhoudelijke beoordeling.