ECLI:NL:RVS:2025:1408
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 26 maart 2024 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure gaf de minister aan dat de vreemdeling inmiddels was opgenomen in de nationale asielprocedure omdat de overdrachtstermijn was verstreken, waardoor onduidelijkheid over de verantwoordelijke lidstaat was weggenomen. Hierdoor had de vreemdeling geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel is betrokken bij de beoordeling van soortgelijke zaken. Gezien het ontbreken van belang verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij inmiddels is opgenomen in de nationale asielprocedure.