ECLI:NL:RVS:2024:1096
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 22 januari 2024 een besluit om de asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 februari 2024 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rechtsvraag omtrent het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:870), welke ook op deze zaak van toepassing is. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de verklaringen van de vreemdeling over mishandeling in Bulgarije onvoldoende concreet waren en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die een overdracht aan Bulgarije onevenredig hard zouden maken.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.