ECLI:NL:RBDHA:2024:10293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije onder Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende jongvolwassene, vroeg op 2 december 2023 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser daar op 18 oktober 2023 een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Dit besluit werd genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege zijn negatieve ervaringen in Bulgarije en dat hij niet zorgvuldig is gehoord. Tevens stelde hij dat zijn broertje in Nederland verblijft en hij voor hem verantwoordelijk is, waardoor op grond van artikelen 9, 10 en 16 van de Dublinverordening de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet slaagde in het aannemelijk maken van een uitzondering op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat een hoge drempel kent. Ook was de zorgvuldigheid van het gehoor voldoende gewaarborgd. De door eiser overgelegde documenten boden onvoldoende bewijs van een afhankelijkheidsrelatie met zijn broertje. Bovendien voldeed de familieband niet aan de vereisten van de Dublinverordening, omdat het broertje niet wettig in Nederland verblijft.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het belang van het kind niet zodanig is betrokken dat het besluit herzien moet worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.