ECLI:NL:RVS:2024:1259
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tegemoetkoming planschade door geluidsoverlast windpark
Appellant, eigenaar van een woning nabij een windpark, verzocht het college van burgemeester en wethouders om tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering en geluidsoverlast veroorzaakt door het bestemmingsplan voor het windpark. Het college wees het verzoek af, waarna meerdere procedures volgden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
In het nieuwe besluit handhaafde het college de afwijzing, gesteund op deskundigenadviezen die een beperkte toename van geluidbelasting (2 dB(A)) en een waardevermindering van circa €10.000 vaststelden. Appellant voerde onder meer aan dat het geluid hinderlijker was dan erkend, dat het uitzicht was aangetast en dat gezondheidsrisico's onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht op deskundigenadviezen mocht afgaan, dat de gehanteerde methoden voor geluidbelasting en waardering redelijk waren en dat latere wetenschappelijke inzichten niet relevant zijn voor de peildatum. Ook werd geoordeeld dat de omvang van het normale maatschappelijke risico terecht was vastgesteld en dat eerdere uitspraken bindend waren. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de planschadeprocedure is afgesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt ongegrond verklaard.