ECLI:NL:RVS:2024:1313
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens alsnog in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris aanvankelijk niet in behandeling werd genomen. Tegen dit besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep nam de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling. Hierdoor was het beoogde doel van het hoger beroep bereikt, waardoor de vreemdeling onvoldoende belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten, omdat hij niet aan de vreemdeling tegemoet was gekomen maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog in behandeling had genomen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 28 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag na het instellen van het hoger beroep alsnog in behandeling is genomen.