ECLI:NL:RVS:2024:1419
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten na intrekking hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een verblijfsvergunning asiel. Vervolgens trok hij het hoger beroep in en verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
De staatssecretaris had de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd, waarbij de beslistermijn rechtmatig met negen maanden was verlengd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris binnen de termijn van vijftien maanden na indiening van de aanvraag een besluit had genomen.
Gezien deze omstandigheden zag de Afdeling geen reden om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen en wees het verzoek af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 april 2024.
Uitkomst: Het verzoek om de staatssecretaris te veroordelen in proceskosten wordt afgewezen.