ECLI:NL:RBDHA:2024:9478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoekster diende op 20 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 1 december 2022. Verweerder had de asielaanvraag op 16 februari 2024 ingewilligd. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn van zes maanden op 31 mei 2023 zou eindigen, maar dat deze door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 met negen maanden was verlengd. De rechtbank bevestigde dat deze verlenging rechtsgeldig was, mede gelet op eerdere uitspraken en prejudiciële vragen die nog niet door het Hof van Justitie waren beantwoord.
Omdat de ingebrekestelling van 14 november 2023 te vroeg was ingediend en de beslistermijn nog niet was verstreken, zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard indien het niet was ingetrokken. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.