ECLI:NL:RVS:2024:1465
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kostenvergoeding bij asielverblijfsvergunning
Bij besluit van 11 maart 2022 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 19 juli 2022 oordeelde dat de staatssecretaris niet was ingegaan op een verzoek tot vergoeding van gemaakte kosten en veroordeelde hem tot betaling van € 5.193,00 aan proceskosten.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de kosten van het iMMO-rapport moest vergoeden, omdat deze kosten in de aanvraagfase waren gemaakt en niet in verband met de behandeling van het beroep. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris zelf een besluit moet nemen over de vergoeding van deze kosten.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis waarin de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 5.193,00 en veroordeelde hem tot vergoeding van € 1.750,00 aan proceskosten die verband houden met het beroep. Tevens droeg zij de staatssecretaris op binnen vier weken een besluit te nemen over het verzoek tot vergoeding van de kosten van het iMMO-rapport en dit bekend te maken volgens de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor het deel over kostenvergoeding, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot gedeeltelijke proceskostenvergoeding en moet een nieuw besluit nemen over de rapportkosten.