ECLI:NL:RVS:2024:1548
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 12 oktober 2023 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de toepassing van de Dublinverordening centraal stond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en kende een schadevergoeding toe.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat op het moment van inbewaringstelling wel degelijk een concreet aanknopingspunt bestond voor overdracht naar Duitsland, gelet op Eurodac-gegevens en relevante jurisprudentie. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was, omdat op 12 oktober 2023 een concreet aanknopingspunt bestond voor een Dublinoverdracht naar Duitsland.
Wel stelde de Afdeling vast dat de bewaring vanaf 24 oktober 2023 onrechtmatig was, omdat Duitsland toen liet weten niet verantwoordelijk te zijn en geen concreet zicht bestond op overdracht naar Italië. De Afdeling kende daarom een schadevergoeding toe van €400,00 over de periode van 24 tot en met 27 oktober 2023, in plaats van de eerder toegekende €1.600,00. De overige beroepsgronden werden verworpen.
Uitkomst: De bewaring was vanaf 12 oktober 2023 tot 23 oktober 2023 rechtmatig, vanaf 24 oktober 2023 onrechtmatig; schadevergoeding van €400,00 toegekend.