ECLI:NL:RVS:2024:1549
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking bestuursbesluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 3 januari 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft de vreemdeling geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, aangezien het doel van het hoger beroep is bereikt. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld.
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en oordeelt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden, omdat hij niet aan de vreemdeling tegemoet is gekomen maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog heeft behandeld. Het vonnis is uitgesproken door een enkelvoudige kamer op 15 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.