ECLI:NL:RVS:2024:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vervolg hoger beroep tegen bewaring vreemdeling en proceskostenvergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 27 september 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de grieven 1 en 2 geen aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis, maar dat het hoger beroep gegrond is vanwege de onterecht geweigerde proceskostenvergoeding. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de staatssecretaris had moeten worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, aangezien er sprake was van een onrechtmatig voortraject bij de overbrenging.
De Afdeling bevestigde dat het gebruik van handboeien tijdens het korte transport niet onrechtmatig was en dat de bewaring zelf niet onrechtmatig is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de proceskostenvergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, ter hoogte van € 2625,00.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, proceskostenvergoeding toegekend, overige uitspraak bevestigd.