ECLI:NL:RVS:2022:987
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks onrechtmatig gebruik handboeien
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 2 maart 2022 in bewaring nadat was vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had. De vreemdeling werd staande gehouden en overgebracht naar het politiebureau, waarbij handboeien werden gebruikt. De vreemdeling betoogde dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was omdat niet voldoende was toegelicht welke feiten dit vereisten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was omdat het proces-verbaal onvoldoende toelichting gaf, maar dat dit gebrek niet leidde tot vernietiging van de bewaring omdat het transport kort was en de gronden voor bewaring niet waren betwist.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd ondanks onrechtmatig gebruik van handboeien; proceskosten worden vergoed.