ECLI:NL:RVS:2024:5249
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.P. Vermeulen
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overschrijding maximale vaartijd binnenvaart
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde op 15 april 2020 een last onder dwangsom op aan de rederij vanwege overtredingen van de Binnenvaartwet, waarbij de maximale vaartijd van achttien uur werd overschreden zonder verplichte rust.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de rederij tegen deze last en de daaropvolgende dwangsominvorderingen ongegrond. De rederij stelde in hoger beroep dat de minister onterecht de processen-verbaal en boeterapporten als grondslag gebruikte, dat de vaartijd niet correct werd berekend en dat een waarschuwing had moeten worden gegeven in plaats van een last onder dwangsom.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht de overtredingen als patroon onderzocht en dat de processen-verbaal en boeterapporten betrouwbaar zijn. De rederij kon onvoldoende aantonen dat de tachograafregistraties zwaarder wegen dan het vaartijdenboek. Ook was het opleggen van een last onder dwangsom zonder voorafgaande waarschuwing proportioneel en rechtmatig.
Verder werd geoordeeld dat de dwangsom in verhouding staat tot de overtredingen en dat de invorderingen terecht zijn. De Afdeling wees het beroep af en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de procedure met zeven maanden is overschreden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van €1.000,- moet betalen aan de rederij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de rederij wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.