ECLI:NL:RVS:2024:2317
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellante een bestuurlijke boete op wegens het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, omdat de woning kortdurend en zonder inschrijving in de basisregistratie personen werd verhuurd aan buitenlandse werknemers.
Appellante stelde dat de huur aanvankelijk voor vijf maanden was overeengekomen en dat tussentijdse opzegging wettelijk mogelijk was, waardoor niet kon worden geconcludeerd dat de woning voor kortdurend logies was verhuurd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat de woning niet als hoofdverblijf werd gebruikt, mede omdat de verklaring van de werknemers en werkgever na de opzegging dateerden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, oordeelde dat het college de boete niet mocht opleggen en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens onttrekking van woonruimte wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.