ECLI:NL:RVS:2024:2408
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nadeelcompensatie voor werkzaamheden herinrichting route Kijkduin-Houtrust
Kust Kijkduin exploiteert sinds 2013 Beachclub De Kust nabij het Deltaplein in Kijkduin. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 2 september 2021 het verzoek van Kust Kijkduin om nadeelcompensatie afgewezen, omdat de schade als gevolg van de werkzaamheden voor de herinrichting van de route Kijkduin-Houtrust voorzienbaar was bij de investeringsbeslissing in 2013.
De voorbereidende werkzaamheden en herinrichting vonden plaats tussen 2017 en 2019. Kust Kijkduin stelde dat zij inkomensschade had geleden door deze werkzaamheden en vorderde een bedrag van €114.179,-, later verlaagd tot €13.810,-. Het college baseerde zich op een second opinion die stelde dat de schade voorzienbaar was op basis van beleidsdocumenten zoals de Haagse Nota Mobiliteit en de Verkenning Internationale Ring-West.
De rechtbank verklaarde het beroep van Kust Kijkduin ongegrond en bevestigde dat het college terecht het verzoek om nadeelcompensatie had afgewezen. Kust Kijkduin stelde in hoger beroep dat het college onzorgvuldig had gehandeld, onvoldoende had gemotiveerd en dat de schade niet voorzienbaar was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd, dat de second opinion terecht was betrokken en dat de beleidsdocumenten voldoende concreet waren om voorzienbaarheid aan te nemen.
De Afdeling verwierp ook de bezwaren over de onafhankelijkheid van de deskundigen en de bezwaarcommissie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Kust Kijkduin wordt ongegrond verklaard en het verzoek om nadeelcompensatie afgewezen.