ECLI:NL:RVS:2021:850
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing nadeelcompensatie wegens grondwaterstijging na peilopzet Maas
Appellante, eigenaar van twee percelen in Bergen (Limburg), verzocht om nadeelcompensatie wegens schade door een gestegen grondwaterstand na een peilopzet van de Maas met 25 cm. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf de minister opdracht dit te herstellen.
Na nadere motivering en advies van een deskundige schadecommissie, die concludeerde dat de schade grotendeels voorzienbaar was en niet volledig door de peilopzet werd veroorzaakt, handhaafde de minister het besluit. Appellante betwistte dit en voerde aan dat de schade groter is dan voorzien, dat de grondwaterstand en de gevolgen daarvan niet correct zijn ingeschat, en dat de praktijk afwijkt van de theoretische berekeningen.
De Afdeling oordeelt dat het advies van de schadecommissie en het rapport van de geohydroloog weliswaar inzicht geven in de feiten, maar dat de stellingen van appellante voldoende aanleiding geven tot twijfel over de omvang en oorzaak van de schade. Ook is niet duidelijk of de schade ten tijde van aankoop redelijkerwijs voorzienbaar was. Daarom kan het besluit van de minister de rechterlijke toets niet doorstaan en wordt het vernietigd.
De Afdeling beveelt de minister aan een nieuw besluit te nemen, eventueel na minnelijke regeling, en stelt dat tegen dat besluit beroep kan worden ingesteld. Tevens wordt appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van nadeelcompensatie wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.