ECLI:NL:RVS:2024:2459
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 september 2023 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op het oordeel van de rechtbank dat de aangevoerde argumenten onvoldoende waren om te spreken van een evident en fundamenteel verschil in beschermingsbeleid, zoals bedoeld in eerdere jurisprudentie. De Raad van State verwees daarbij naar een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die de rechtspraak waarop de vreemdeling zich beroept, heeft verlaten.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin en wees het beroep daarom af. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.