ECLI:NL:RVS:2024:2510
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een boete van €18.000 op voor het zonder vergunning omzetten van een woning van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. De woning werd bewoond door zes personen die geen gezamenlijke huishouding voerden, wat in strijd is met de Huisvestingswet 2014.
Appellant voerde aan dat hij hoofdverblijf had en dat de verhuur onder de hospitaregeling viel, maar dit werd verworpen omdat de situatie niet voldeed aan de toegestane voorwaarden. Ook stelde appellant dat het onderzoek door toezichthouders onrechtmatig was, maar de Raad van State oordeelde dat het onderzoek rechtmatig was en dat het college mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal.
Hoewel appellant niet op de hoogte was van de vergunningplicht, matigde de Raad van State de boete met 50% omdat appellant direct na bekendwording van de regels stappen had gezet om de kamerverhuur te beëindigen. Daarnaast werd de boete met nog eens 12,5% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De boete werd vastgesteld op €7.875. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete voor illegale omzetting van woonruimte wordt gematigd tot €7.875,- wegens bijzondere omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.