ECLI:NL:RVS:2024:2526
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 11 november 2022 een besluit om een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens werd een bezwaarprocedure gevoerd tegen een brief van de staatssecretaris waarin werd geweigerd de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure. De Afdeling verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het bezwaar tegen deze brief, omdat de Dublinverordening hiervoor geen rechtsmiddel biedt.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het interstatelijk vertrouwensbeginsel had toegepast ten gunste van Bulgarije, ondanks zorgen over pushbackpraktijken en de opvang- en detentieomstandigheden aldaar. Op basis van eerdere jurisprudentie stelde de Afdeling vast dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.