ECLI:NL:RVS:2024:3017
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.M.L. Niederer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding bestemmingsplan horeca-activiteiten in woonboerderij
Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk legde op 23 februari 2012 een last onder dwangsom op aan appellant wegens het gebruik van zijn woonboerderij in strijd met het bestemmingsplan voor horecadoeleinden. Ondanks een aanvraag voor een omgevingsvergunning en principemedewerking voor een pilot museum met horeca, constateerde het college op 17 oktober 2019 een overtreding tijdens een vrijwilligersdag waarbij tegen vergoeding rondleidingen werden gegeven en koffie en thee werden geschonken.
Het college vorderde daarop de verbeurde dwangsom van €5.000, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de last rechtmatig was opgelegd en overtreden. Appellant stelde hoger beroep in en voerde onder meer aan dat de last onrechtmatig was, dat geen sprake was van bedrijfsmatigheid, en dat er concreet zicht op legalisatie was vanwege de vergunningaanvraag en principemedewerking.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de last terecht preventief is opgelegd en dat appellant geen uitzonderlijke omstandigheden heeft aangevoerd om alsnog gronden tegen de last te kunnen inbrengen. De Afdeling bevestigt dat het gebruik van de woning voor rondleidingen tegen vergoeding met het schenken van koffie en thee valt onder horecadoeleinden in strijd met het bestemmingsplan. Het controlerapport mocht als bewijs worden gebruikt. Ook het zicht op legalisatie was onvoldoende concreet en de verleende tijdelijke vergunning bevatte beperkingen die overtreden werden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.