ECLI:NL:RVS:2024:3116
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor vrachtwagenrijbewijs bij beperkt gezichtsveld
Appellant lijdt sinds jonge leeftijd aan homonieme hemianopsie, waardoor hij een beperkt horizontaal gezichtsveld heeft. Hij behaalde op 18-jarige leeftijd zijn rijbewijs voor vrachtwagen- en buscategorieën en werkte tien jaar als beroepschauffeur. Bij verlenging weigerde het CBR een verklaring van geschiktheid vanwege een gezichtsveld kleiner dan de minimumnorm van 160 graden zoals gesteld in de Rijbewijsrichtlijn.
De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van deze minimumnorm en de mogelijkheid tot een evenredigheidsbeoordeling. Het Hof oordeelde dat de minimumnorm een ondubbelzinnig vereiste is en dat afwijking daarvan niet mogelijk is, ook niet op basis van feitelijke geschiktheid volgens medische deskundigen.
Appellant betoogde dat hij door compensatie en ervaring geschikt is en dat de norm verouderd is, maar de Afdeling volgt het Hof en bevestigt dat de minimumnorm strikt moet worden toegepast. De Afdeling wijst erop dat eventuele heroverweging van de norm aan de Uniewetgever is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR bevestigd.