ECLI:NL:RVS:2024:3229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling zonder voorafgaand uittreksel Justitiële Documentatie
Bij besluit van 6 mei 2024 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister voorafgaand aan het opleggen van de bewaringsmaatregel een uittreksel uit de Justitiële Documentatie had moeten opvragen of contact had moeten zoeken met het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) of het Openbaar Ministerie (OM). De Afdeling oordeelde dat het opvragen van een dergelijk uittreksel een handeling is in het kader van de feitelijke uitzetting en niet vereist is voorafgaand aan de bewaring.
Daarnaast was er ten tijde van de bewaring geen uitzettingsdatum bekend, waardoor het niet noodzakelijk was om contact te zoeken met het CJIB of OM. Het beleid stelt het ontbreken van bezwaar bij deze instanties als voorwaarde voor uitzetting, niet voor bewaring. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond, waarbij het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.