ECLI:NL:RVS:2024:3293
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omzettingsvergunning zelfstandige woonruimte Nijmegen wegens strijd met Huisvestingswet
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen weigerde aan Wimbledon Beheer B.V. een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woning in negen onzelfstandige woonruimten. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van Wimbledon gegrond en vernietigde het besluit. Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte artikel 12 van Pro de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 onverbindend had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht stelt dat de motivering voor de vergunningplicht in de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 voldoende is, maar dat deze vergunningplicht niet van toepassing is op woningen met een WOZ-waarde boven € 290.000, zoals de woning van Wimbledon.
De Afdeling vernietigt het besluit van 28 juni 2019 en het besluit van 12 juni 2020 waarin de vergunningplicht werd gehandhaafd. Het college heeft het besluit van 1 oktober 2021 genomen waarin werd verklaard dat de woning vergunningvrij kan worden omgezet. Dit besluit is niet aan beroep onderworpen wegens gebrek aan belang van Wimbledon. De Afdeling veroordeelt de Staat tot betaling van een vergoeding van € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het college tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling concludeert dat het college de vergunningplicht ten onrechte heeft toegepast op de woning van Wimbledon, omdat de WOZ-waarde boven de grens ligt en de leefbaarheidstoets niet als grondslag voor een vergunningplicht mag dienen. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van Wimbledon ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het college Nijmegen wordt vernietigd en Wimbledon krijgt vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.