ECLI:NL:RVS:2024:3583
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning varkenshouderij en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Het college van burgemeester en wethouders van Ommen verleende op 19 mei 2020 een omgevingsvergunning eerste fase voor het veranderen van een varkenshouderij aan een locatie in Ommen. Het ontwerpbesluit tot weigering lag vanaf 17 januari 2018 ter inzage, waarna de raad van Twenterand alsnog een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) verleende op 17 juli 2018. Stichting Omgevingsrecht, die bestuursrechtelijke besluitvorming wil corrigeren, bracht geen zienswijzen in op het ontwerpbesluit maar stelde beroep in tegen het definitieve besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk maar ongegrond omdat Stichting Omgevingsrecht geen belanghebbende was en het relativiteitsvereiste van toepassing was. De Afdeling bevestigt dit oordeel en oordeelt dat er wel degelijk gelegenheid tot inspraak was geweest conform afdeling 3.4 Awb en het Verdrag van Aarhus, ondanks dat het ontwerpbesluit een andere strekking had dan het definitieve besluit.
Stichting Omgevingsrecht verzocht om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. Verder werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, welke geheel aan de Afdeling wordt toegerekend. De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van €437,50.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure over een omgevingsvergunning en de toepassing van het relativiteitsvereiste en inspraakvereisten onder de Awb en het Verdrag van Aarhus.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting Omgevingsrecht wordt ongegrond verklaard en er wordt een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.