ECLI:NL:RVS:2024:3588
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onrechtmatige omzetting woning in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €6.000 op wegens omzetting van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. De rechtbank matigde de boete tot €5.350 vanwege termijnoverschrijding, maar verklaarde het beroep van appellant verder ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat geen overtreding had plaatsgevonden, dat hij ten onrechte als overtreder was aangemerkt en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. Hij voerde aan dat hij had gehandeld conform informatie van de gemeente en stichting !WOON en dat hospitaverhuur van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat sprake was van overtreding van artikel 21 Hw Pro, dat appellant als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij de overtreding had aanvaard en onvoldoende zorg had betracht om deze te voorkomen. Het vertrouwensbeginsel faalde omdat de aangehaalde informatie geen rechtvaardiging bood voor de overtreding.
De Afdeling wees een verdere matiging van de boete af, aangezien appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hem de overtreding slechts in verminderde mate kon worden verweten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €6.000 voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning wordt bevestigd.