ECLI:NL:RVS:2024:3704
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling misbruik van recht bij aanvraag inschrijving burgers van de Unie en handhaving bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 26 maart 2024 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling misbruik van recht heeft gemaakt door een aanvraag "inschrijving voor burgers van de Unie" in te dienen met als doel procedureel rechtmatig verblijf te verkrijgen en daarmee invrijheidsstelling te bewerkstelligen. De aanvraag bevatte geen onderbouwing zoals een werkgeversverklaring, terwijl de vreemdeling al meerdere keren eerder zonder rechtmatig verblijf was vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De bewaring is op juiste wettelijke grondslag opgelegd en blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de bewaring blijft gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.