ECLI:NL:RVS:2024:3938
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- P.H.A. Knol
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete voor onrechtmatige woningonttrekking aan woningvoorraad in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een boete op van €20.500 wegens het onttrekken van haar woning aan de woningvoorraad zonder vergunning, welke boete later werd gematigd tot €18.450. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het college haar zaak onjuist had beoordeeld, onder meer omdat de regelgeving waarop het college zich baseerde na de overtreding was gewijzigd en onverbindend was verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd bleef om een boete op te leggen op grond van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014 en dat de boete terecht was opgelegd wegens het niet voldoen aan de voorwaarden voor B&B-verhuur, met name het ontbreken van hoofdverblijf van de huurder. Wel werd geoordeeld dat de boetetabel uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling stelde daarom zelf de hoogte van de boete vast op €5.000 en matigde deze met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete €4.500 bedraagt. Tevens werden de proceskosten van appellante toegewezen en het griffierecht vergoed. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraak en besluiten vernietigd.
Uitkomst: De boete wegens onttrekking van de woning aan de woningvoorraad wordt gematigd tot €4.500 en eerdere besluiten worden vernietigd.