ECLI:NL:RVS:2018:2765
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes voor onttrekking van drie woningen aan woonruimtevoorraad
Het college legde aan [appellant A], [appellante B] en [appellante C] afzonderlijk een bestuurlijke boete van €36.000 op wegens overtreding van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet door drie woningen aan de woonruimtevoorraad te onttrekken.
De appellanten voerden aan dat het pand als één woning moest worden beschouwd en dat zij voldeden aan de regels voor vakantieverhuur, waaronder het houden van hoofdverblijf en een maximale verhuurperiode van 60 dagen. De rechtbank oordeelde dat het pand uit drie afzonderlijke woningen bestaat en dat de appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij hoofdverblijf hielden in de verhuurde woningen. Het college had met rapporten en foto's tegenbewijs geleverd.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de boetes terecht zijn opgelegd. Opzet is niet vereist voor het opleggen van de boetes en het college mocht ervan uitgaan dat het pand uit drie woningen bestond. De appellanten hadden zich hierover moeten informeren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boetes van €36.000 per appellant worden bevestigd.