ECLI:NL:RVS:2024:4060
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens ontbreken aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overtreding woonbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk legde op 24 juli 2020 een last onder dwangsom op aan appellante om het gebruik van een bijgebouw als zelfstandige woonruimte te voorkomen. Dit besluit was gebaseerd op constateringen van een toezichthouder die tijdens meerdere bezoeken vermoedde dat het bijgebouw voor bewoning werd ingericht, onder meer vanwege sanitaire voorzieningen, een keuken, een brievenbus en een eigen huisnummer.
Appellante voerde aan dat het bijgebouw als hobbyruimte en bijkeuken werd gebruikt en dat de preventieve last onder dwangsom was gebaseerd op waarnemingen tijdens de verbouwing, waardoor geen aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van overtreding bestond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat de toezichthouder het bijgebouw slechts eenmaal van binnen had kunnen bekijken terwijl de verbouwing nog niet was afgerond. De enkele aanwezigheid van sanitaire voorzieningen en de mogelijke inrichting voor bewoning vormden onvoldoende grond voor het aannemen van een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van overtreding van het bestemmingsplan.
Daarom vernietigde de Afdeling het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een preventieve last onder dwangsom wordt vernietigd wegens ontbreken van aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van overtreding.