ECLI:NL:RVS:2024:4151
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tuinhuis en schutting in Numansdorp bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard heeft op 26 januari 2021 een verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een tuinhuis en schutting op percelen in Numansdorp afgewezen. Dit besluit werd gevolgd door een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toepaste om het verzoek als herhaald en zonder nieuwe feiten af te wijzen. Tevens werd betoogd dat hierdoor het recht op een inhoudelijke rechterlijke beoordeling werd geschonden, in strijd met het EU-Handvest en het EVRM. De Afdeling oordeelde dat het eerdere onherroepelijke besluit niet via deze procedure kan worden aangevochten en dat het college terecht het verzoek afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend. De Afdeling concludeerde dat de totale procedure van bezwaar, beroep en hoger beroep 3,5 jaar duurde, wat binnen de redelijke termijn valt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.