ECLI:NL:RVS:2023:4518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor niet-vergund speelhuis in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan legde op 4 februari 2020 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege het plaatsen van een houten speelhuis zonder omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het speelhuis, gesitueerd op gronden met de bestemming 'Verkeer en Verblijf', is volgens het bestemmingsplan niet toegestaan. De rechtbank Noord-Holland matigde de dwangsom maar handhaafde de last verder.
Appellant stelde in hoger beroep dat het speelhuis omgevingsvergunningsvrij zou zijn als speeltoestel en dat handhavend optreden onevenredig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het speelhuis te hoog is en niet voldoet aan de voorwaarden voor een omgevingsvergunningsvrij speeltoestel. Ook is het gebruik in strijd met het bestemmingsplan, en het college is niet bereid een vergunning te verlenen.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college conform het beleidsplan heeft gehandeld, dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om af te zien van handhaving, en dat de last voldoende duidelijk en concreet is geformuleerd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.