ECLI:NL:RVS:2024:4579
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet in behandeling nemen asielaanvragen vreemdelingen
Bij besluiten van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juni 2024 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op rechtsvragen die reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord, zoals het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.