ECLI:NL:RVS:2024:4586
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 augustus 2024 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 16 februari 2024 niet heeft vernietigd, ondanks dat zij zelf een motiveringsgebrek had vastgesteld. De rechtbank had de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas moeten overlaten aan de minister en niet zelf een nieuwe beoordeling moeten maken.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De verdere inhoudelijke argumenten behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd.