ECLI:NL:RVS:2024:4682
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag minderjarige vreemdeling
De vreemdeling, met Jemenitische nationaliteit, stelde minderjarig te zijn en vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn op grond van de geboortedatum die in Duitsland was geregistreerd. De rechtbank oordeelde dat de minister het besluit onzorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, mede omdat er aanwijzingen waren dat de Duitse leeftijdsregistratie niet betrouwbaar was en de minister onvoldoende rekening had gehouden met de door de vreemdeling overgelegde geboorteakte en paspoort.
De minister ging in hoger beroep, maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet automatisch geldt bij leeftijdsregistraties in een andere lidstaat en dat de minister het vermoeden van minderjarigheid moet respecteren en ontzenuwen met deugdelijk onderzoek en motivering. De minister had onvoldoende onderzocht waarom de Duitse registratie betrouwbaarder zou zijn dan de documenten van de vreemdeling.
Vervolgens oordeelde de Raad dat ook het latere besluit van de minister van 22 februari 2023 om de aanvraag opnieuw niet in behandeling te nemen niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde dit besluit. De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij ook het door de vreemdeling overgelegde paspoort wordt betrokken. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister onvoldoende onderzoek deed naar de leeftijd van de vreemdeling en vernietigt het besluit van 22 februari 2023.