ECLI:NL:RVS:2024:4711
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.H.M. van Altena
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eis temperatuur nooddouches ExxonMobil wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris stelde bij besluit van 27 maart 2020 aan ExxonMobil een eis over de temperatuur van het water in nooddouches op het terrein van de Rotterdam Oxo-alcohol Plant (ROP). Volgens de staatssecretaris was het risico op onderkoeling bij gebruik van koud water na een zwaar ongeval onvoldoende beperkt. ExxonMobil voerde aan dat de nooddouches vooral worden gebruikt bij kleine incidenten en dat slachtoffers bij zware ongevallen direct worden geëvacueerd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van ExxonMobil ongegrond en oordeelde dat de nooddouches ook geschikt moeten zijn voor langdurig spoelen na zware ongevallen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de nooddouches wel degelijk maatregelen zijn die nodig kunnen zijn om gevolgen van zware ongevallen te beperken. Echter, de eis dat het water tussen 15 en 37°C moet zijn, is onvoldoende gemotiveerd. Het door ExxonMobil overgelegde toxicologisch rapport toont aan dat het risico op onderkoeling beperkt is door het gebruik van beschermende kleding en dat kort spoelen gevolgd door behandeling in een medische omgeving de voorkeur heeft. De staatssecretaris heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvullende eis noodzakelijk is.
De Afdeling vernietigt het besluit van 24 december 2020 en het besluit van 27 maart 2020, verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan ExxonMobil. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het besluit dat ExxonMobil het water in nooddouches tussen 15 en 37°C moet houden, wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.