ECLI:NL:RVS:2024:4885
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens onterechte twijfel aan machtiging
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellant een bestuurlijke boete van € 5.000 op wegens overtreding van de Huisvestingswet. Appellant diende een zienswijze in met een bijgevoegde machtiging voor gemachtigde. Vervolgens maakte gemachtigde bezwaar, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat een geldige machtiging ontbrak.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid omdat de gemachtigde niet had gereageerd op het verzoek om een machtiging te overleggen. Appellant stelde dat de machtiging die bij de zienswijze was overgelegd ook geldig was voor het bezwaar en dat het college door een interne fout deze machtiging niet had meegenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de machtiging ruim genoeg was geformuleerd en geldig bleef, ook zonder nieuwe overlegging. De rechtbank had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit en gelastte het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens moet het college de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid vernietigd; het college moet een nieuw besluit nemen.